Artikel

De Arbowet uitgelegd: wat moet je regelen als werkgever?

Arbowet uitgelegd: wat moet je regelen als werkgever

Termen als arbodienst(verlening), RI&E, PAGO, PMO, bedrijfsarts, verzuimbegeleiding en verzuimpreventie klinken bekend. Maar er is vaak veel onduidelijkheid zijn over wat je verplichtingen als werkgever nu echt zijn als het aankomt op verzuimbegeleiding en -preventie. Veel werkgevers willen vooral zekerheid: doen we wat nodig is en doen we het goed? De wet geeft daar gelukkig duidelijke kaders voor. Tegelijk is ‘voldoen aan de wet’ vooral de ondergrens. Juist als je écht aan de slag wilt met verzuim en mensen wilt versterken, helpt het om verder te kijken dan alleen de verplichtingen.

In dit artikel lees je welke wettelijke taken horen bij de Arbowet en krijg je een duidelijk beeld van waar je deskundige ondersteuning bij inkoopt en wat je als werkgever zélf organiseert (processen, rolverdeling, communicatie). Een kleine tip van de sluier: dat zijn zeker niet alleen de brandblussers op de juiste plek en een veilige werkomgeving.

Wat de wet van je als werkgever vraagt

Dat is eigenlijk vrij eenvoudig. De wet vraagt dat je als werkgever deskundige ondersteuning organiseert bij de vijf basis arbotaken. Bijvoorbeeld via een arbodienst of via andere deskundigen, afhankelijk van hoe je het inricht. De basis is dat je:

  1. RI&E opstelt en uitvoert
  2. PAGO aanbiedt
  3. Toegang tot een verzuimadviseur en/of bedrijfsarts regelt
  4. Aanstellingskeuringen laat uitvoeren (waar van toepassing)
  5. Ziekteverzuim begeleidt en voorkomt

Het gaat hierbij dus om een mix van (groepsgerichte) preventie én individuele begeleiding bij verzuim. Uitgevoerd door verschillende deskundigen en specialisten.
Belangrijk om te weten: deskundige ondersteuning betekent niet dat je het zelf hoeft te kunnen. Wél betekent het dat je het goed organiseert. Zorg dat de juiste expertise beschikbaar en bereikbaar is en dat dit ingebed is in werkwijzen, processen en samenwerkingen.

De 5 arbotaken

Om gezond en veilig werken goed te organiseren, zijn er vijf arbotaken waarvoor je als werkgever deskundige ondersteuning moet inzetten. Samen vormen deze taken een praktisch en compleet kader om medewerkers gezond, betrokken en duurzaam inzetbaar te houden.

  1. Risico, Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) opstellen en uitvoeren
    De RI&E brengt risico’s in het werk en de werkomgeving in beeld en koppelt daar een plan van aanpak aan. Dit is je fundament voor preventie: je weet wat aandacht vraagt, waarom en wat je eraan gaat doen. Deze taak moet worden uitgevoerd door een aantal (kern)deskundigen. Bijvoorbeeld: veiligheidskundige, arbeidshygiënist, arbeids- en organisatiedeskundige, bedrijfsarts en eigen preventiemedewerker.
     
  2. Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek (PAGO) aanbieden
    PAGO is onderzoek waarmee werkgerelateerde gezondheidsrisico’s tijdig worden gesignaleerd. De inhoud van het PAGO sluit aan op de risico's uit de RI&E. Je onderzoekt dus wat past bij de risico’s in jullie type/aard werk. Vaak wordt aan het PAGO een PMO gekoppeld, daarmee onderzoek je niet alleen de risico's uit de RI&E, maar ook andere mogelijke gezondheidsrisico's. Je kunt hierin zo ver gaan als je zelf wilt, het PMO wordt vaak ook gezien als “cadeautje” voor je medewerkers. 
     
  3. Toegang bieden tot een verzuimadviseur en/of de bedrijfsarts
    Werknemers moeten laagdrempelig een deskundige  verzuimadviseur (taakdelegatie) en/of bedrijfsarts kunnen benaderen, ook preventief. Hoe je dat praktisch organiseert spreek je met een (vaak externe) partij vast in het basiscontract onder de vangnetregeling of maatwerkregeling.
     
  4. Aanstellingskeuringen uitvoeren (indien functie dit vraagt)
    Een aanstellingskeuring hoeft niet standaard bij alle functies uitgevoerd te worden. Het speelt vooral bij functies met specifieke risico's, eisen en voorwaarden. Voor sommige functies is een aanstellingskeuring wettelijk verplicht gesteld. Als dat zo is, dien je de aanstellingskeuring te laten doen door een deskundige bedrijfsarts. 
     
  5. Ziekteverzuimbegeleiding en het voorkomen van verzuim
    Begeleiding van zieke medewerkers én ondersteuning bij het voorkomen van uitval. Uit te voeren door (of met) een bedrijfsarts. Dit gaat over professionele begeleiding zodra iemand uitvalt en over het verkleinen van de kans dat mensen uitvallen. Denk aan tijdige gesprekken, goede opvolging van afspraken en het vertalen van adviezen naar een plan voor re-integratie naar (eigen of passend) werk, zoals verplicht gesteld binnen de Wet verbetering poortwachter. Deze stappen bepalen uiteindelijk na 104 weken verzuim ook hoe het UWV een eventuele WIA‑aanvraag beoordeelt.

Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) 

De basis van gezond en veilig werken is risico’s herkennen, vastleggen én aanpakken. Een goed arbobeleid begint bij een betrouwbare Risico, Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). Hiermee breng je systematisch in kaart welke risico’s er in het werk aanwezig zijn, wat de mogelijke gevolgen zijn en welke maatregelen nodig zijn om medewerkers veilig, gezond en duurzaam inzetbaar te houden. De RI&E geeft richting aan je preventieaanpak: je legt vast wat aandacht vraagt, waarom dat zo is en welke stappen je gaat zetten om risico’s te verkleinen.
Het is niet alleen een wettelijke verplichting, maar vooral een praktisch hulpmiddel dat helder maakt waar kansen liggen om het werk beter, veiliger en gezonder te organiseren. De uitvoering en toetsing van de RI&E gebeurt altijd door arbo kerndeskundigen zoals een (hoger) veiligheidskundige, arbeids- en organisatiedeskundige, arbeidshygiënist en bedrijfsarts, zodat de kwaliteit en zorgvuldigheid geborgd zijn.

Periodiek Arbeidsdezondheidskundig Onderzoek (PAGO) & Preventief Medisch Onderzoek (PMO)

Een PAGO is een wettelijk verplicht medisch onderzoek dat werkgevers periodiek moeten aanbieden aan medewerkers om gezondheidsrisico's door werk (zoals fysieke belasting of gevaarlijke stoffen) vroegtijdig te signaleren. Het doel is het voorkomen van ziekte en het bevorderen van duurzame inzetbaarheid. Vaak wordt in een RI&E geadviseerd welke onderwerpen in een PAGO terug moeten komen. Veel werkgevers kiezen ervoor om het onderzoek uit te breiden en niet alleen de verplichte onderwerpen te meten. Dan spreken we van een Preventief Medisch Onderzoek (PMO). Het verschil zit hem in het verplichte karakter, PAGO is verplicht, PMO niet. Het kan daarom handig zijn om bij het uitvoeren van een PMO te kijken of deze kwalificeert als PAGO en dus ook de onderwerpen uit de RI&E mee te nemen. Andersom geldt dat ook. Bij het uitvoeren van een PAGO kun je je beperken tot de verplichte onderwerpen, of je voegt extra onderwerpen toe. Een mooie handreiking naar medewerkers om zicht te krijgen op hun algemene gezondheid, fitheid en vitaliteit.  

Het basiscontract

Om de eerdergenoemde minimale zorg goed te organiseren, heb je een basiscontract nodig. Dat is een overeenkomst met bijvoorbeeld een arbodienst of bedrijfsarts waarin staat hoe de ondersteuning is geregeld. Iedere werkgever hoort hierover te beschikken en is zélf verantwoordelijk voor de inhoud.

Een goed basiscontract is vooral praktisch. Het maakt bijvoorbeeld duidelijk hoe medewerkers contact opnemen, wat er gebeurt bij een ziekmelding en hoe preventie-onderdelen zoals RI&E en PAGO/PMO worden ingericht. Als dit duidelijk is, voorkom je gedoe op het moment dat je juist rust nodig hebt. Wat onder anderen in het basiscontract staat:

  • Hoe medewerkers laagdrempelig toegang hebben tot een verzuimadviseur (taakdelegatie) en/of de bedrijfsarts (ook preventief).
  • Wie het vaste aanspreekpunt is in de dagelijkse begeleiding (zodat je niet van loket naar loket hoeft).
  • Hoe samenwerking en overleg zijn ingericht (bijvoorbeeld wanneer je opschaalt of extra expertise inzet).
  • Hoe privacy en terugkoppeling worden geregeld: wat gaat wél naar werkgever/leidinggevende (functionele mogelijkheden, afspraken) en wat blijft bij de medewerker (medische details).
  • Welke preventiecyclus je volgt: RI&E → plan van aanpak → evaluatie → bijstelling.

Tip: zie het basiscontract ook écht als basis, als de spelregels om rust te creëren. Als iedereen weet wat er gebeurt bij verzuim en wat je preventief doet, hoef je in een lastige situatie niet te improviseren.

Bedrijfsarts vs. taakdelegatie

Bij veel arbodiensten loopt het dagelijkse contact vooral via de bedrijfsarts. Dat kan prettig zijn als je één medisch aanspreekpunt wilt. In de praktijk betekent het vaak ook dat vragen, afstemming en begeleiding sneller medisch worden ingestoken. Daardoor kan preventie of het gesprek over werk en herstel soms minder ruimte krijgen, simpelweg omdat de bedrijfsarts niet overal tegelijk kan zijn. Daarnaast is de instroom van nieuwe bedrijfsarts al jaren te laag om aan de vraag te voldoen. Dat vraagt om “anders organiseren”.

Bij een arbodienst die niet (alleen) werkt met een bedrijfsarts, maar met taakdelegatie, is de organisatie anders ingericht. De bedrijfsarts delegeert een deel van zijn of haar taken aan een verzuimspecialist. Hier zijn regels voor. In de praktijk komt het erop neer dat het dagelijkse contact en een groot deel van de begeleiding dan gedaan wordt door verzuimspecialisten binnen de arbodienst. Zij zijn het vaste aanspreekpunt voor werkgever en medewerker en houden het proces overzichtelijk: wat is er nodig? Wat zijn de stappen? En hoe vertaal je advies naar iets dat werkt op de werkvloer? De arts blijft eindverantwoordelijk, houdt toezicht/supervisie en wordt betrokken wanneer dat medisch, persoonlijk of wettelijk nodig is of wanneer de situatie complex is.

In de praktijk zorgt taakdelegatie, als het goed ingericht is, er vaak voor dat je als werkgever sneller en vaker contact hebt met een specialist. En minder hoeft te schakelen tussen verschillende loketten. Ook helpt het om eerder signalen op te pikken en meer aandacht te hebben voor preventie en duurzame inzetbaarheid, zonder de medische verantwoordelijkheid uit het oog te verliezen.
Voor jou als werkgever levert dit op dat je vaker één vaste lijn hebt voor vragen en begeleiding, je verzuimproces beter wordt bewaakt en preventie makkelijker een vaste plek krijgt omdat het niet ‘overblijft’ na medisch advies.

Wet verbetering poortwachter

In Nederland kennen we de Wet verbetering Poortwachter (WVP), die bepaalt wat jij en je medewerker in de eerste 104 weken van ziekte moeten doen om herstel en terugkeer te bevorderen. Het begint al in de eerste week van een ziekmelding. De wet verplicht tot tijdige stappen, zoals gesprekken, analyses en evaluaties, zodat re‑integratie zorgvuldig en gestructureerd verloopt. Het UWV beoordeelt deze stappen later bij een eventuele WIA‑aanvraag. 

Het idee is duidelijk: je wacht niet tot verzuim vanzelf over gaat, maar je begeleidt proactief en je legt uitgebreid vast wat je doet. Dat klinkt strak en administratief, maar het doel is herstel en duurzame terugkeer, zonder onnodige medicalisering. Belangrijk hierbij is dat een deskundige je door het proces heen helpt en de wetgeving vertaalt naar werkbare stappen, waarbij de mens altijd centraal staat. Een paar momenten zijn in vrijwel elke casus belangrijk:

  • Rond week 6 maakt de bedrijfsarts (i.s.m. een taakgedelegeerde) de probleemanalyse 
  • Rond week 8 maken werkgever en medewerker een plan van aanpak
  • Doorlopende evaluatie: minimaal elke 6 weken hebben werkgever en medewerker contact en kijken zij samen of bijstelling van het plan van aanpak nodig is
  • In week 42 doe je de 42e-weeksmelding bij UWV 
  • Rond week 52 volgt de eerstejaarsevaluatie, dit is ook het moment waarop de bedrijfsarts een FML (functionele mogelijkhedenlijst) of IZP (inzetbaarheidsprofiel) opstelt, dat gebruikt een Arbeidsdeskundige om te kunnen vaststellen of er mogelijk een tweede spoortraject (zoektocht naar ander passend werk bij een andere werkgever) opgestart moet worden
  • Tussen week 87 en 93 voorbereiding, eindverslag en WIA aanvraag

WIA: wat gebeurt er richting twee jaar ziekte?

Als iemand bijna twee jaar ziek is, kan een WIA-uitkering worden aangevraagd. Dit kan bij het UWV vanaf week 88. De medewerker doet de aanvraag en je kunt er als werkgever voor kiezen om de medewerker hierbij te helpen.

In deze fase wordt het extra belangrijk dat je re-integratie zorgvuldig hebt opgebouwd en gedocumenteerd. Niet omdat je ‘perfecte formulieren of rapporten’ moet hebben, maar omdat UWV wil zien dat jullie serieus hebben gekeken naar mogelijkheden, passend werk en begeleiding. Dat je geen kansen voor re-integratie hebt gemist. UWV kijkt bij een WIA-beoordeling ook naar: wat kan iemand wél, wat heeft iemand nodig en hoe organiseer je dat in het werk? Een verzekeringsarts beoordeelt de medische beperkingen, waarna een arbeidsdeskundige van UWV-onderzoek wat de medewerker nog kan doen. Dat resulteert in een arbeidsongeschiktheidspercentage en geeft zicht op de hoogte van een WIA-uitkering.

Wat je als werkgever zelf regelt en waar het vaak misgaat

De arbodienstverlening kan nog zo goed zijn ingericht, als je interne basis wankel is, blijft het in de praktijk stroef lopen. Daarom hoort er naast deskundige ondersteuning ook het werkgever-deel bij. Dat gaat niet om het medische deel, maar om organiseren, borgen en duidelijkheid. Denk aan: 

  • Wie doet wat bij een ziekmelding? 
  • Wie heeft contact met de medewerker? 
  • Wie bewaakt de afspraken? 
  • Wie zorgt dat leidinggevenden weten wat ze wél en niet mogen vragen? 

Als dit niet helder is, ontstaat vertraging, ruis en onnodige spanning. Ook is het erg belangrijk dat je verzuimproces werkbaar is. Niet ingewikkeld, wel consequent. Een paar vaste momenten, duidelijke communicatie en een logische opvolging. Dan wordt wetgeving geen extra taak, maar onderdeel van normaal en goed werkgeverschap.

Gerelateerde artikelen